
2011
2 september
15 april

18 maart
Tropenwereld door Jansen en Meulblok
Op vrijdagavond 18 maart 2011 vond de gemeenschappelijke verenigingsavond van A.V.Ticto en A.V.Rosaceus plaats in de vertrouwde zaal van school Bleijburgh. Sinds een groot aantal jaren worden deze gemeenschappelijke avonden georganiseerd: enerzijds om onderlinge kontakten te onderhouden, anderzijds om de kosten voor de penningmeesters te drukken.
Dit keer was de gezamenlijke opkomst in totaal 17 leden waarbij echter opgemerkt moet worden dat Rosaceus als thuisclub toch wel achterbleef bij de Ticto-aanhang welke 9 aanwezigen telde. Enkele prominente Rosaceusmensen ontbraken door omstandigheden t.w. Nel Mackay en Joop van Houwelingen.
Maar ook ons aller Mieke (die van die discussen en vooral het verenigingsblad) ontbrak op het appèl. Ze had overigens een goede reden nl. een reis naar de andere kant van de aardbol waar zij en Bert gingen kijken hoe het regent in het gebied van Alice Springs waar het normaliter rood van de droogte is (een klein wereldwonder dus). In een e-mail hield zij ons van haar bevindingen op de hoogte. Ook van het feit dat ze samen met Bert had gefietst en daarbij door de zon knap verbrand was (hoe komt een mens op het idee om daar te gaan fietsen als je thuis elke week Wingerden rond kunt peddelen en dan lekker in de regen kunt afkoelen).
De afwezigheid van genoemde prominenten maakte het noodzakelijk dat Anneke Onclin als enige vrouwelijk lid de keuken moest bemannen maar dat lukte haar voortreffelijk mede dankzij de steun van Kees (hulde).18 februari
Borneo speciaal door Willem Tomey
80 jaar oud en nog lang niet versleten! Zo komt Willem Tomey over. Hij heeft zich helemaal aangepast aan het digitale tijdperk en komt met laptop en beamer een lezing geven. Hoewel hij enkele jaren geleden nog volhield dat analoge plaatjes altijd beter zouden zijn dan digitale foto's liet hij nu toch verbluffende foto's zien van microscopisch kleine schimmels, parasieten, bloeiwijzen en nog veel meer. En, het gaat nog makkelijker ook.
Dit keer had de lezing de titel "Borneo exclusief". We brachten een bezoek aan de viskwekerij waar Willem al tientallen jaren over de vloer komt om te zoeken naar betere kweekmethoden en bestrijding van ongedierte.
Bij deze kwekerij, die 29 voetbalvelden beslaat kweekt men vissen voor consumptie en siervissen. Ook worden er blauwpootgarnalen gekweekt die een lengte van 75 cm kunnen bereiken. Ze zijn geschikt voor consumptie als ze zo'n 30 cm zijn, omdat het daarna vooral de kop is die doorgroeit en daar zit niets eetbaars aan.
Willem liet ons ook duidelijk het verschil tussen zoet- en zoutwatergarnalen zien. Het is alleen zichtbaar bij vrouwtjes die eieren dragen. Bij zoetwatergarnalen zijn de eieren groot en de jongen direct echte garnalen. Bij de zoutwatergarnalen zijn de eieren klein en moeten de jongen na het uitkomen nog diverse stadia doorlopen voor het echte garnalen zijn.
Ook interessant waren de opnamen van karperluizen en de schade die ze aan kunnen richten. Deze parasieten hechten zich aan de zachte delen van vissen, zoals in de bek en kieuwen en voeden zich met bloed van de gastheer. Dit is echter niet het ergste, ware het niet dat ze meestal; besmet zijn met bacterieën, waardoor de lelijke infecties veroorzaken, die uiteindelijk dodelijk kunnen zijn voor de vis. Deze karperluizen komen niet alleen in de tropen voor, maar ook in ons eigen land. Je vangt ze samen met waterluizen. Ze lijken hier ook op, wat het moeilijk maakt om een besmetting te voorkomen. Controleer de vangst altijd in een witte emmer en let op diertjes die anders zwemmen. Waterluizen wippen meer.
In zijn vrije tijd vermaakt Willem zich met het afstruinen van riviertjes om nieuwe vondsten te doen, iets dat steeds weer lukt. Totaal onbekende vis en plantensoorten legt hij met zijn toestel vast.. Iets heel bijzonders waren de opnamen van Botia's, die onder hun oog 2 uitklapbare stekels hebben, die ze in geval van nood uitzetten, maar wat geen mens nog wist.
Helaas is niet alles positief wat Willem meemaakt.
Ronduit triest waren de opnamen van de oerwoudkap die op grote schaal plaatsvindt om palmolie en ananasplantages aan te leggen.
21 januari
Het juiste
aquariumwater door Dick Poelemeijer
Hoewel water met zijn drie atomen (twee
waterstofatomen + één zuurstofatoom) er op het oog vrij eenvoudig uitziet, is
het door zijn toegankelijkheid en mengmogelijkheden een medium, dat vrijwel
overal in de wereld, verschillend is. Zo begint spreker zijn lezing ‘Het juiste
aquarium water’. Water is dus altijd verschillend;
watersamenstelling varieert, ook in de natuurlijke
leefomgeving van de vissen. Soms is een wisselende watersamenstelling
noodzaak van voortplanting. Denk daarbij bijv. aan
verschillende Corydoras
soorten. Bedenk ook dat zelfs de kleinste poel vele maken groter is dan het
grootst denkbare aquarium. ‘Iedere vissoort zou dus zijn eigen
watersamenstelling verlangen’, vraagt spreker zich af. Dit is natuurlijk niet
zo, als rekening wordt gehouden met optimale temperatuur, juiste pH en juiste
hardheid, c.q. geleidingsvermogen (µS/cm). Daarna kwamen
vijftien verschillende biotopen aan bod, waar per biotoop een aantal
vissen en planten worden behandeld. Bij de biotoop van het
Victoria meer, wordt stilgestaan bij wat in de film ‘Darwin’s nightmare’
tot uitdrukking komt, nl. ‘biotoop vervalsing’ met al zijn
nadelige gevolgen van dien, door uitzetting van de
nijlbaars (Lates niloticus).
Na de bespreking van de andere twee slenkmeren, het Tanganyika meer en het
Malawi meer, komen de Aziatische biotopen en die van Australië aan de orde.
Dan wordt er stilgestaan ‘welk water voor onze
aquariumvissen’ noodzakelijk is. Dit zou moeten zijn:
zuiver, protozoa- (protozoa
zijn ééncelligen, die dikwijls schadelijk zijn)
en bacteriearm water, met - zo
mogelijk – weinig organische afbouw stoffen. Dit water heeft een naam.
Men noemt het
oligosatroof (met weinig afvalstoffen)
en oligotroof
(naam voor water of bodem, arm aan
voedingsstoffen voor organismen – voornamelijk fosfaten en nitraten).
Het meeste aquariumwater is echter
mesotroof
(een milieu, dat matig voedselrijk is) en
eutroof
(naam voor water of bodem, rijk aan voedingsstoffen,
zoals kalk, fosfaten en nitraten). Dan kwam de biologische
zelfreiniging van het water aan de orde, welke men zelf kan ondersteunen
door matig voeren, waterbeweging, echte waterplanten, water verversen en geen
overbevolking toe te staan.
Daarna de anorganische en organische kringloop in
water. Hierbij moet worden gelet op niet al te drastische
waterverversingen, waarbij steeds de pH in de gaten dient te worden
gehouden. Er zijn in feite twee belangrijke kringlopen en wel de ‘gaskringloop’
en de ‘mineraalstof kringloop’. Beginnend bij pH-meting
en eindigend met stikstofverbindingen, wordt er nog een aantal dia’s besproken
t.a.v. de controle van het aquariumwater, verzorging, bezetting, voedering,
inrichting, beplanting en bemesting. Bij waterverversing komt eerst het
onderwerp filtratie ter sprake, de keuze van de filter (intern of extern), de
verschillen tussen mechanische en biologische filtratie,
de stikstofcyclus (nitrificatie) en de stappen van nitrificatie (dus van
ammoniak/ammonium naar nitriet en van nitriet naar nitraat).
Dan wordt de Hamburger Mattenfilter (HMF) besproken
en tot slot het fenomeen van de waterverversing, waarbij spreker concludeert dat
een optimale verversing toch altijd een constante, d.w.z. 24 uurs verversing van
het aquariumwater als ideaal beschouwt kan worden. Vanzelfsprekend komt hij dan
uit bij het gebruik van het ACS (Aqua Change System),
een uitvinding van István Szakács. Met het noemen van de voordelen van het ACS,
d.w.z. geen nitraatpieken, een geleidend vermogen dat precies kan worden
ingesteld, geen kaamvlies, geen last meer van ongewenste algen en het feit dat
de vissen in relatief schoon water zwemmen, wordt dit deel van de avond
besloten.
Er volgde na de pauze een film met Nederlandse ondertiteling en geluid, genaamd “REEFS OF RICHES”, een schitterende film over de riffen bij West Irian Jaya
2010
19 november
Er stond een lezing van de heren Meulblok en Jansen op het programma. Helaas voor ons zeiden ze 1 week van te voren af, omdat dhr. Meulblok in de VUT ging en hij een feest van z'n bedrijf aangeboden kreeg.
We hadden het geluk dat we dhr. Hoedeman nog voor deze avond konden strikken. Hij heeft voor ons de lezing "Speciaal en met een knipoog naar Brazilië gegeven".
Tijdens deze lezing nam hij ons mee de wereld door om speciaalaquaria te laten zien van Azië met bijv. sumatranen, Afrika met zijn Tanganjika en Malawibakken en minder bekend, maar niet minder interessant, killievissen en vissen van de rivieren, zoals de bekende kersenbuik.
Brakwater is ook een uitdaging, met mooie bewoners als zilverblad- en argusvissen. Zuid en Midden Amerika staan natuurlijk bekend om hun cicliden. Bekende speciaalbakken zijn die voor discussen en maanvissen. Tijdens zijn bezoeken aan Brazilië heeft dhr. Hoedeman zelf getuige mogen zijn van de vangmethoden en het natuurlijk leefgebied van deze dieren.
Natuurlijk zijn er ook voldoende andere interessante dieren zoals karperzalmen (kleine schubben in Amerika, grotere in Afrika), meervallen, levendbarenden enz. in speciaalbakken te houden.
Speciaalaquaria worden ingericht met planten en stenen/kienhout op een manier die de natuur het meest benaderd. Ook de watersamenstelling lijkt zoveel mogelijk op die van het vindgebied. Hoewel bijv. het water van de Rio Negro met zijn PH van 5,5 en geleidbaarheid minder dan 10 niet na te bootsen valt. Toch is het belangrijk om de dieren zoveel mogelijk in een natuurlijke omgeving te houden. Ze gedijen dan het best en zijn ook op z'n mooist.
15 oktober
De eerste echte hobbyavond werd verzorgd door dhr. Maas, voormalig voorzitter van de NBAT en na Willem Tomey de oudste spreker. Hij maakt als één van de weinigen nog gebruik van dia's, maar dat mag de pret niet drukken. De lezing ging over visvangst, opslag en transport vanuit een deel van de Amazone naar Nederland.
Basis van het visgebeuren was het bedrijf van Turkish Fish in de stad Barcelos. Indianen die langs de Amazone wonen leveren hier hun gevangen "aquarium"vissen af, waarna ze in quarantaine gaan en daarna naar Europa worden verzonden om te worden verkocht.
Voordeel van de opvang van Turkish Fish is dat er vlakbij een beek loopt. Het water hieruit wordt omgeleid via de opvangbakken en via een overloopsysteem weer teruggeleid naar de beek. Zo is er een constante waterverversing van de juiste temperatuur en samenstelling.
Onze spreker ging met zijn medereizigers eerst zelf maar eens vissen in die beek. Tot hun verbazing vingen ze een groot aantal soorten vissen. Eigenlijk veel te veel voor zo'n klein biotoop. Navraag bij Turkish gaf de verklaring dat een aantal van de opgevangen vissen via het overloopsysteem in de beek belandde. Vandaar het grote aantal soorten.
Toen het reisgezelschap later dan ook op andere plaatsen met hun visnet in de weer gingen, was de opbrengst ook een stuk normaler.
Het water in die omgeving is het koffiekleurige water van de Rio Negro. Dit water bevat veel opgeloste turfachtige stoffen die zorgen voor de kleur. Ook bevat de bodem veel ijzer, wat valt af te leiden uit de oranje gekleurde aarde die je overal ziet. Het is dus wel begrijpelijk dat planten die daar voorkomen deze stoffen nodig hebben. Als voedingsbodem is het hier dan ook te koop. Denk echter niet dat flesjes met koffiekleurig water helpen, want dat is alleen voor de verkoper nuttig.
In de omgeving van Turkish Fish
worden veel discusvissen gevangen. De indianen
leveren er soms wel 1600 in één keer aan. Ze worden vervoerd in stapelbare
plastic bakken waar zo'n 20 dieren in zitten. De laag water laat rechtop zwemmen
niet toe. Dit om te voorkomen dat de dieren eruit springen. Tevens gaan
discussen altijd op hun zij liggen tijdens vervoer. Bij Turkish worden ze op
grootte en kwaliteit gesorteerd en daarna gaan ze 3 weken in quarantaine. Ze
worden behandeld voor ziekten en parasieten en alleen als ze helemaal gezond
zijn gaan ze naar Europa. Ze leveren dan wel minimaal €
80,= per vis op.
16 april
Afgelopen verenigingsavond hadden wij dhr. Poelemeijer uitgenodigd. Zijn lezing had hij in februari bij Danio Rerio gegeven. Van deze lezing had Lotty Sonnenberg zo'n mooi verslag gemaakt dat ik er niets aan verbeteren kon.
Dus, hierbij, voor u geknipt:

Dick Poelmeijer: Licht en Fotosynthese.
Na een
succesvolle lezing vorig jaar over de bouw van zijn houten riparium, was Dick
vanavond bij ons terug met een lezing over licht en fotosynthese.
Voor het licht dat wij vandaag zien is de zon verantwoordelijk, die zo’n
5,5miljard jaar geleden ontstond. Door kernfusies in het binnenste van de zon
ontstaat energie in de vorm van licht. Licht is de bron van alle leven, hoewel
diep in de oceanen ook diertjes leven die zonder licht kunnen.
Licht wordt uitgestraald in de vorm van fotonen, dit zijn lichtdeeltjes. Het witte licht zoals wij dat zien, ontstaat in feite door het samengaan van licht in verschillende kleuren. Elke kleur heeft zijn eigen trilling (golflengte). De kleuren kunnen wij uit elkaar halen door het licht door een prisma te laten vallen. Het uittredende licht heeft dan de kleuren van de regenboog. De golflengte van deze kleuren varieert van 380 nanometer (violet) tot 780 nm ( donkerrood).
Naast het zichtbare licht is er ook nog het ultraviolette licht (
A, B en C) met een kortere golflengte. Infrarood licht heeft een langere
golflengte.
De kortste golflengten worden het meest geabsorbeerd in de ozonlaag. Bij een
lage zonstand (ochtend en avond) passeert het licht een dikkere atmosfeer (en
ozonlaag) voor het ons bereikt.
Hierdoor zijn de blauwe tinten (met kortere golflengte) meer uitgefilterd en
bereikt ons dus meer rood licht. Overdag is het licht harder en blauwer.
Dit brengt ons bij het begrip kleurtemperatuur. Deze wordt uitgedrukt
in graden Kelvin (K) Rode kleuren hebben een
lage kleurtemperatuur en koele (blauwe)
kleuren hebben een hoge kleurtemperatuur. De kleurtemperatuur varieert van 1800
– 16000 K (rood tot blauw). Dit lijkt tegenstrijdig. Het is beter te begrijpen
als je denkt aan een staaf metaal die in het vuur verhit wordt. De kleur
verandert dan naarmate de staaf heter wordt en verloopt achtereenvolgens van
rood-geel-wit-blauw. Ook in de kleurnummers van de TL-lampen vinden we dit
terug. Kleur 83 staat voor 3000 K, dit is een warmtint. Kleur 84 is 4000K en
heeft dus een veel koelere wittere kleur.
Voorwerpen absorberen een deel van het opvallende licht, dat wordt omgezet in
warmte. Ook reflecteren ze een deel. Dit deel dat wij zien bepaalt de kleur van
het voorwerp. Een zwart voorwerp absorbeert dus
praktisch
het hele lichtspectrum en voelt daardoor ook warmer aan. Een wit voorwerp
daarentegen weerkaatst het hele spectrum en is daardoor ook koeler. Als de zon
laag staat en de koele kleuren worden door de atmosfeer geabsorbeerd, zal ook de
witste sneeuw roze lijken. Denk aan het “Alpenglühen” in de schemering.
Maar wat doet licht nu voor de planten? Planten hebben licht nodig om te kunnen
groeien. De basisstoffen die benodigd zijn voor de plantengroei worden gemaakt
in de bladgroenkorrels of chloroplasten in de bladeren. Dit zijn in feite
kleine fabriekjes. Hierin bevindt zich het chlorofyl (bladgroen) waar onder
invloed van licht en koolstofdioxide samen met water, suikers en zuurstof
gemaakt worden. Dit proces noemen we fotosynthese. Er kan echter ook te veel
worden aangeboden. Bij een teveel aan licht wordt het chlorofyl geïnactiveerd,
dit kunnen we zien bij Cryptocorynen die bij een te hoog aanbod van licht gaan
verslijmen. Bieden we teveel CO2 aan, dan kunnen de bladcellen de zuurstof niet
meer vasthouden waardoor ze kapot kunnen gaan.
Voor
de voedselopname van de planten is een minimale verlichtingsduur van 12 uur
noodzakelijk. Dit is gelijk aan de tijd waarin de planten in de tropen zonlicht
ontvangen. Een pH van net onder de 7 en een bodemgrond met een niet te grote
korrel werken mee aan een goede plantengroei. Het proces van fotosynthese is nog
niet zo lang bekend en werd pas in de jaren 30 van de vorige eeuw ontdekt.
Planten hebben voor de fotosynthese voornamelijk blauw en rood licht nodig. Er
zijn speciale lampen ontwikkeld die dit licht geven. Voor kijklicht is dit
echter niet prettig en bovendien geeft het versterkte alggroei. Daarom is ook
groen en geel licht aan de lampen toegevoegd, waardoor een veel prettiger
kijklicht ontstond.

Enkele begrippen in betrekking tot licht die we ook veel tegenkomen werden ook
besproken.
Groeilicht = het lichtgebied dat de planten
gebruiken voor de groei.
Lumen = lichtstroom, dit is de totale hoeveelheid
licht die de lamp uitstraalt.
Lux = verlichtingssterkte en dit is het aantaal lumen per m2 .
Zichtlicht = kijklicht. Dit is een veel beperkter
gebied dan het licht dat de planten gebruiken.
PAR = Photosynthetic Active Radiation, dit is het
deel van de verlichting dat actief is voor de fotosynthese.
PPF = Photosynthetic Photon Flux, dit is de stroom
lichtdeeltjes die nodig zijn voor de fotosynthese. Dit is vergelijkbaar met het
begrip lumen, maar dan gebaseerd op het groeilicht.
PPFD = Phtosynthetic Photon Flux Density, dit is de
dichtheid van de stroom lichtdeeltjes voor de fotosynthese.
De
lichthoeveelheid kunnen we meten met een luxmeter. Het licht wat we dan meten is
het zichtlicht en dit zegt nog niets over het groeilicht. Om dit te meten hebben
we een ‘dure’ PAR meter nodig.
De hoeveelheid
licht die planten in de tropen aangeboden krijgen, varieert van 200 lux in de
schaduw tot 7000 bij volle zon. We moeten er rekening mee houden dat afhankelijk
van de hoogte van ons aquarium de lichthoeveelheid door de waterkolom sterk
wordt verminderd.
Een veel gebruikte en nog steeds goede keus is de kleur 83 of 84 met een goede
kleurweergave en veel lumen. Deze lampen zijn veel voordeliger dan de speciale
plantenlampen en hebben goede eigenschappen.
Voor terraria met reptielen zijn er speciale repti-light lampen van de firma JBL.
Deze hebben ook een UV aandeel in het spectrum. We kunnen hierbij uiteraard geen
bovenglasplaat gebruiken omdat dan de UV weer wordt uitgefilterd.
Een nieuwe ontwikkeling is de led lamp (Light Emitting Diode). Voorlopig geven
die in verhouding nog te weinig licht, maar zijn wel goed te gebruiken in
combinatie met TL lampen.
Led verlichting geeft meer licht dan gloeilamp of halogeenlamp, maar minder dan
TL- of spaarlamp. De ontwikkelingen gaan echter snel en in de toekomst is er
waarschijnlijk meer mogelijk.
De belangrijkste factoren voor een goede plantengroei zijn dus een belichting
van minimaal 12 uur, een goede kleurtemperatuur en lichtintensiteit. Ook de
watersamenstelling moet goed in de gaten worden gehouden en een wekelijkse
gedeeltelijke waterverversing is noodzakelijk.
Na de pauze konden we genieten van een goed op dit onderwerp aansluitende film, waarbij het effect van licht op het leven in het tropisch oerwoud van Zuid-Azië werd belicht.
12 maart
Onze afgelopen verenigingsavond was er één samen met zustervereniging Ticto in Hard.-Giessendam. De avond vond plaats in het vervangend verenigingsgebouw van Ticto, namelijk in het bijgebouw van de kerk. De temperatuur was er aan de lage kant, zodat verschillende leden met hun jassen aan en sjaals om zaten. Dat mocht de pret echter niet drukken. Helaas waren er slecht 6 Sliedrechtse leden naar de avond gekomen. Dit maakte vooral onze kansen op de prijzen van de verloting minder. Gelukkig viel dat mee, we wisten toch de hand op evenveel prijzen te leggen als Ticto zelf, dus we konden het hoofd hoog houden. Als spreker was dhr. van Genne uitgenodigd. Diegene onder ons die "het Aquarium regelmatig lezen zullen zijn reisverslagen over Colombia waarschijnlijk wel bekend tegen komen.

Samen met o.a. dhr Verduijn van Verduijn Ciclids vangen ze diverse soorten vissen om die via Bogota naar Nederland te transporteren. Hier worden pogingen ondernomen om de vissen na te kweken en ze zo in het aquarium te introduceren.
Het vangen van de vissen valt vaak niet mee. Op de bodem van de rivieren ligt vaak een dikke laag slib met bladeren. Wanneer je daarin gaat roeren wordt het een vieze ondoorzichtige prutbende. Als je hier je net doorhaald, terwijl je zelf ook in het water loopt, zit er natuurlijk vanalles in, maar vermengd met bladeren en slib. Het is dan een kwestie van goed zoeken en voorzichtig zijn, want er leven ook gevaarlijke vissen. Een voorbeeld hiervan is de zoetwaterrog, die op zijn staart een giftige stekel heeft. Op deze dieren wil je ook niet trappen. Vandaar de je in het water met je voeten schuifeld en ze niet optilt en neerzet. Met het schuifelen raak je de rog of grote meerval met zijn stekels wel aan, maar sta je er niet direct bovenop.

Niet alleen het vangen, maar ook het fotograferen en dan vooral onder water is een grote hobby van Ernst. Zijn vele plaatjes lieten zien dat wij in onze bakken nooit de natuur kunnen benaderen, alleen al omdat wij liever geen humuslaag van 40 cm willen, die heel de bak stoffig maakt. Dat er wel schitterende plaatjes te schieten zijn getuigd deze foto met 3 Altums in volle glorie.
Kortom, er valt voldoende te genieten, zowel in de natuur als in onze aquaria.
19 februari
En het was alweer februari, DE avond van Willen Tomey! Ondanks de gezondheidsperikelen van afgelopen zomer zag hij er weer als vanouds uit en ook verder was er niets aan hem te merken. Fanatiek als altijd en helemaal een man van deze tijd, met zijn laptop en beamer.
Zijn lezing had als titel: Paludarium houden, het beste van 2 werelden.
Een paludarium is een oerwoud terrarium met een waterpartij en veel tropische planten zoals bromelia's en tillandsia's.
Zoals de meeste leden wel weten werkt Willem (nog steeds) in de tropen. Ook dit jaar staat er weer een reis van maanden gepland naar Indonesië. Daar geeft hij zijn ogen goed de kost en vindt hij altijd wel weer nieuwe onbekende planten- en diersoorten. Thuis probeert hij deze soorten altijd tot voortplanting te krijgen. Daarom zult u in zijn paludarium ook geen bekende planten vinden.
In zijn woning in Den Haag heeft hij een paludarium van 1.75 meter. De achterwand bestaat uit varenwortel. Hiervoor is het zaak om een fijne en lichtgekleurde varenwortel te kiezen. Vroeger kwam dit uit Brazilië, maar tegenwoordig is die soort beschermd. Nu is er nakweek uit N-Zeeland te koop. Het is zaak deze wanden niet altijd nat te laten zijn, omdat ze dan verrotten binnen 1 jaar. Een betere oplossing is een mistinstallatie, of zoals Willem het doet, 1 keer per week sproeien met regenwater en om de andere week daar wat mest aan toevoegen. Na enkele maanden begint er dan mos, varentjes en orchideeën uit te groeien. Die komen uit het zaad dat zich in de varenwortelwand bevindt. Omdat zo'n lichtbruine achterwand er niet zo natuurlijk uitziet, heeft Willem er Europees bolletjesmos opgeprikt. Dit mos groeit zo goed dat het na 1,5 jaar 15 cm dik is en dan dus eigenlijk vervangen moet worden door nieuw mos.
Als vooruit is acrylaat "glas" gebruikt. Deze ruit scharniert aan de bovenkant. en wordt aan de onderkant met 2 haakjes op z'n plaats gehouden. Voorheen was de voorruit van glas, maar dat is gebroken toen de bak openstond en dat is dus wel erg gevaarlijk.
Er zit ook ventilatie in de bak. Dit is nodig om teveel aan vocht af te voeren, anders zouden de planten kunnen gaan rotten. In de natuur bevinden de planten die Willem gebruikt zich vaak op 30 tot 50 meter hoogte in de bomen. Daar staan ze bloot aan regen, afkoeling en wind. Het is dus zaak dat goed na te bootsten in de bak.
In de lichtkap bevinden zich 160 CD's in 3 rijen, die zodanig gedraaid kunnen worden dat ze daar waar gewenst het meeste licht reflecteren. De lichtopbrengst is op deze manier verhoogd met 27 %.
Vooral de vleesetende plantjes die in de bak staan hebben dat extra licht hard nodig, anders redden ze het niet. Ook mag de temperatuur niet te hoog zijn, 24/25 graden.
In het watergedeelte bevinden zich schitterende door Willem zelf gekweekte Boezemanni's (regenbogen). Omdat een paludarium erg hoog is komt er weinig licht in het watergedeelte. Hier bevinden zich dan ook voornamelijk crypto's, omdat die niet zoveel licht nodig hebben. Het achterste gedeelte van dit watergedeelte is afgescheiden van het voorste gedeelte. Hierin bevindt zich de pomp en de compartimenten met filtermateriaal.
Er was echter niet alleen veel te zien en te leren over het paludarium, maar ook het fotowerk van Willem is verbluffend. Met z'n digitale camera was hij in staat om schitterende macro opnamen te maken van minuscule plantjes met hun groei en bloeiwijzen. Ook had hij opnamen van fruitvliegen, die dit bijna buitenaardse dieren lieten lijken met hun grote rode ogen.
Hij had opnamen gemaakt van winterknoppen van aquariumplanten die zich bij de wortels bevinden en die ze zelfs bij de Universiteit van Wageningen nog nooit gezien hadden.
Willem's vooraankondiging dat we verbluffende opnamen zouden zien waren dus geen grootspraak.
Voor iedereen die de lezing gemist heeft, zorg dat dat u niet meer overkomt en kom voortaan naar de avonden! Het is altijd de moeite waard en heel leerzaam.
15 januari
Tijdens deze eerste avond van 2010 hadden we een oude bekende op bezoek. Vanuit Goes was Ab Sanderse naar ons toe gekomen. Gelukkig was het weer ondertussen iets vriendelijker geworden, zodat er geen sneeuwbuien getrotseerd behoefde te worden.
De sfeer zat er meteen al in. Er werden handen geschud en flink gezoend. Het duurde wel tot 20.15 uur voor iedereen rustig zat.
We werden welkom geheten door voorzitter Jan Mackay, die de 20 aanwezigen het allerbeste voor 2010 toewenste.
Daarna stak Ab op de hem bekende manier van wal, begeleidt door muziek uit een heuse bandrecorder.
Onderwerp was:"aquariumhouden van vroeger tot nu" en als je 79 bent is er best wel wat van vroeger te vertellen.
Op 7 jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste aquarium. Zijn vader had toen al een Noordzeeaquarium. Ab kreeg een klein zoetwater bakje. Daarin hield hij guppy's, platy's en zelfs al black molly's. Er waren toen 6 soorten aquariumplanten te verkrijgen. Hieronder de nog steeds bekende waterpest, hoornblad en wat crypto soorten. De bakjes werden toen gemaakt met een metalen frame en daarin werden de ruiten gelijmd met Stockholmer teer als kit.
De eerste verwarming bestond uit een U vormig gebogen buis van glas die in het aquarium hing en waar pekelwater in zat. Daar ging het staafje van een platte batterij in en dan werd er stroom (toen 110 volt) op aangesloten. U zult wel begrijpen dat dat geen veiligheidsprijs kreeg. Later werd er in de bodem van de bak, die meestal uit metaal bestond een 'koepel' gezet. Daar ging dan een moederbrander onder. De brander kon geregeld worden, maar dat viel niet mee, zodat gekookte vis regelmatig voorkwam en het kastje waarin de brander stond zag zwart van het roet, wat in de meeste huishoudens problemen opleverde met de vrouw des huizes.Als we dan naar de huidige tijd kijken zijn er verwarmingen waar lucht en water langs stromen en die de temperatuur op 0,1 graad kunnen regelen.
Tegenwoordig hebben we ook veel meer keus op planten gebied. Er zijn nu 126 soorten aquariumplanten, waaronder 16 echte waterplanten. De rest zijn moerasplanten die het in meer of mindere mate onder water doen. Voor iedere bak is het uitproberen welke planten het doen. Belangrijk is natuurlijk de hoeveelheid licht en het soort licht. Rood en blauw licht zorgen voor de groei van planten.
Ook bemesting is belangrijk. Dit kan door kleibolletjes in wat water zacht te laten worden. Met een injectiespuit zuig je dit kleiwater op en injecteer het in de bodem naast de plant. Dit kan een aantal keren per jaar herhaald worden. Vooral lotussen zullen hiervoor dankbaar zijn.
Algen blijven zowel vroeger als nu een probleem. Als je ook weet dat bijvoorbeeld blauwe alg al 1,5 miljard jaar bestaat kun je wel nagaan dat wij dat probleem niet zo 1,2,3 oplossen.
Ook het maken van een achterwand viel
vroeger niet mee. Tegenwoordig kunnen we hele rivieroevers van kunststof kopen,
die zo de bak in kunnen en zijn er vele mogelijkheden aan kunststof die al kant
en klaar voor dit doel zijn en die met siliconenkit er zo in gelijmd kunnen
worden.
Vroeger werd er vaak natuurkurk gebruikt. Kurk is schors van een kurkeik en die
komen voor in Spanje en Portugal. Nu moest je die laatste soort hebben, maar dat
kon je aan de buitenkant niet zien.
De Portugese kurk bleef tot zo'n 4 jaar goed in het aquarium en de Spaanse maar
1,5 jaar. Een test om te weten welke kurk het was bestond uit een klein stukje
kurk nemen, hier in de kopse kant een gaatje in boren en dat vol met water
zetten. Na een dag met een lakmoes papiertje kijken hoe zuur dat het water
geworden was en de zuurste was de Portugese die je moest hebben.
Micro-organismen zijn ook nodig in een aquarium. Zij zorgen ervoor dat rottende planten/dierenresten en ontlasting worden afgebroken tot meststoffen voor de planten. Een simpele en goedkoper manier om micro-organismen in de bak te krijgen is een bos Chrysanten in een vaas te zetten, elke dag het water bij te vullen en als de bos weggaat het water door een theedoek in het aquarium gieten.
Bankrekening: 39.93.47.887 KvK:
40322490
Copyright © 2011 Aquariumvereniging "Rosaceus"
Deze pagina is het laatst bijgewerkt op 17/11/2011